Bezoek aan sterrenwacht 8 maart 2008
Op zaterdagavond 8 maart brachten we met een grote groep Friends 4 Funners (met aanhang, 22 personen) een bezoek aan de sterrenwacht Sonnenborgh te Utrecht.
Voor het zover was verzamelden we in het Utrechtse eetcafé de Poort, een aantal van ons wat eerder om vooraf even een hapje te eten. Rond 19.30 uur bracht een wandelingetje door Utrechtse parkjes ons naar de sterrenwacht. Daar schrokken ze zo van ons dat ze pardoes per ongeluk het alarm af lieten gaan!
In de hal van de sterrenwacht was een tentoonstelling te zien over het meten van het weer, met instrumenten en proefjes, zoals: hoe voelt windkracht 9 aan? En wat waait er dan allemaal om? Zo kon je in een ijskast gaan staan om te ervaren hoe -13 graden aanvoelt. Ik geloof dat iedereen daar weer goed ontdooid uit is gekomen. De tentoonstelling was een eerbetoon aan de heer Buys Ballot, de man die hier in 1853 zowel het KNMI als de sterrenwacht oprichtte. De Utrechtse Sterrenkunde faculteit was hier decennialang gehuisvest, maar deze is later verhuisd naar de Uithof (en het KNMI zoals welbekend naar de Bilt).
Vervolgens mochten we naar de oude collegezaal waar een diapresentatie volgde, en waar we uitleg kregen over hoe het heelal in elkaar steekt. Het begon allemaal 14 miljard jaar geleden toen het heelal met de Big Bang ontstond. Daaruit ontstonden vele miljarden sterrenstelsels: een dia toonde ons clusters van sterrenstelsels, en bedenk dat 1 zo’n klein puntje dan 100 miljard sterren bevat! Ook onze eigen melkweg is zo’n stelsel en de zon bevindt zich zo ongeveer aan de rand daarvan. De diameter van de schijf is zo’n 100.000 lichtjaar.
![]() |
Vraag: wat is een lichtjaar? De afstand die het licht in 1 jaar tijd aflegt. Bij
een lichtsnelheid van 300.000 km/sec (even snel rekenen): 9.500.000.000.000 (9,5
biljoen) km.
Vervolgens werd er ‘ingezoomd’ op de sterren. De zon is zo’n ster, de
temperatuur aan het oppervlak van de zon is 5800 graden. Je ziet zonnevlekken,
dat zijn plekken die donkerder lijken omdat het er koeler is (nou ja, nog altijd
4500 graden). De koelere sterren zijn roodachtig van kleur, de hetere sterren
wit-blauw. Vraag: hoe weten ze nu wat de temperatuur van een ster is? Door naar
het spectrum van het licht te kijken. Rafel het licht uiteen in al z’n kleuren
(golflengtes), dan blijkt er een helderheidspiek te zitten bij een bepaalde
golflengte. Hoe warmer een object is, des te meer zit de piek in helderheid naar
het blauw opgeschoven, dit is ook in een laboratorium na te bootsen. Daarom is
een ster roder als hij koeler is en witter als hij heter is. Bepaalde
golflengtes van het licht blijken te ontbreken, alsof er een soort
“streepjescode” in het spectrum zit. Dit wordt veroorzaakt door gassen die
bepaalde golflengtes absorberen. Door analyse van de “streepjescode” kan men
precies bepalen welke gassen er zich rondom het zonsoppervlak bevinden.
Vervolgens kwamen de planeten aan bod: de planeet Mercurius, die het dichtst bij
de zon staat. Daarna Venus, de Aarde met z’n maan, de Rode Mars. Er werden mooie
beelden van het oppervlak van Mars getoond: nooit is hier enig spoor van leven
gevonden, zelfs geen bacteriën. Daarna de reuzenplaneten Jupiter, Saturnus (met
de ringen), Uranus en Neptunus, die feitelijk grote gasbollen zonder vast
oppervlak zijn.
Als laatste Pluto, die sinds kort geen planeet meer genoemd wordt, maar een
“dwergplaneet”. Pluto is namelijk een stuk kleiner dan de andere planeten (zelfs
kleiner dan onze maan), en bovendien zijn er de laatste tijd steeds meer
Pluto-achtige objecten gevonden. Men heeft de definitie van een planeet nu maar
wat scherper gezet (o.a. moet een planeet “zijn baan schoonvegen”, zodat er geen
ratjetoe aan rotsblokken en ijsbollen in dezelfde baan om de zon zitten).
Na de dialezing kregen we een rondleiding door de sterrenwacht. Eerst naar de
ruimte waar een grote zonnekijker vertikaal opgesteld staat. Omdat het
onmogelijk was een 20 meter lange kijker scheef te zetten en te draaien om hem
op de zon te richten was deze vertikaal opgesteld, en werd het zonlicht met
spiegels erin geleid. Hiermee werden destijds de nauwkeurigste zonnespectra
opgenomen en zo werd de samenstelling van de zon ontrafeld!
Vervolgens gingen we naar de kerkers van het gebouw. Van oorspong was dit gebouw
een 16e eeuws verdedigingsbastion, en archeologen hebben de laatste tijd heel
wat interessants blootgelegd. De stad Utrecht deed vroeger niet zo heel veel aan
verdediging. Maar wel waren er chemici die hier in de 17e eeuw een chemisch
laboratorium vestigden. Het voordeel van proeven doen in de kerkers was, dat als
er wat zou ontploffen, dit tegen de muur aan kwam, en dan had de rest van de
stad er geen last van! Verder werden er een beerput en een middeleeuws toilet
blootgelegd, waar Hennie nog even dankbaar gebruik van maakte.
Een andere zaal toonde ons een meridiaankijker: een kijker die vast staat en
altijd exact op het zuiden gericht is. Door de passage van sterren door het
zuiden nauwkeurig waar te nemen kon men zodoende exact de tijd bepalen.
Tenslotte de trappetjes op naar de waarneemkoepel. Een grote lenzentelescoop
stond hier opgesteld. Eigenlijk is de kijker nooit voor wetenschappelijk
onderzoek gebruikt, omdat zelfs in de 19e eeuw het stadslicht al serieuze
waarneming belemmerde. Vanavond zou de planeet Saturnus echter prima gezien geweest zijn… ware het niet dat het deze avond
zwaar bewolkt was. Helaas! Daarom stond de kijker maar op een ver weg gelegen
neonreclame-embleem gericht, om een indruk te krijgen wat je met een telescoop
bij een flinke vergroting kunt zien.
Hierna was de rondleiding ten einde. We zijn nog even wat wezen drinken in een
Utrechts cafeetje, alvorens een ieder onder een nog steeds bewolkte hemel weer
huiswaarts ging.
Marcel